Reviews

I had seen work by Eric Colpaert, who is now making his debut with me, at the Rijksakademie's summer presentation. There, he showed a single sculpture of a quality that made me say: this is what you call ‘good art’. This sculpture had something you couldn't grasp, something mysterious, as if the artwork was looking back.
Fons Welters
Fons Welters Gallery – Amsterdam NL
Art enables Eric Colpaert to investigate the essence of space. To extract reality's greatest secret.
Marjolein Schaap
art critic and art historian – Amsterdam, NL
Although Eric Colpaert employs a range of materials and forms widely used in this era, metaphor is his primary material. Components of installations are carriers of meanings that give them the value of instruments from an alchemical process or objects from an initiation ritual. Eric Colpaert places their appearance rather within a literary-symbolic framework.
Dirk Snauwaert
Curator and Artistic Director WIELS – Brussels BE
Time and again, Eric Colpaert's objects and situations give one the indelible impression of moving through spatial intervals, without having a relatively uniform motion as a frame of reference. The overall impression is a mixture of acceleration and deceleration experiments.
Wim Van Mulders
art critic and essayist – Antwerp BE
Eric Colpaert succeeds in formulating the personal on a large scale. He opens a unique perspective on an existing public situation that refreshes and changes everything.
Ole Bouman
architectural historian, publisher, curator, lecturer and director of the Netherlands Architecture Institute /2006-2012 – Rotterdam NL
Eric Colpaert explores transition zones. The usual codes of perception, spatial experience, and self-reflection are called into question.
Christine Vuegen
art critic and contributor to H ART magazine/quarterly Journal on Contemporary Art BE
He invites us to mental perception by re-examining the spaces of this world and registering their subtle changes with the keen attentiveness of the wonder we have unlearned but once knew as children. He is aware of the chaotic reservoir of human libidinal energy that incessantly leads to (creative) actions.
Piet Vanrobaeys
curator and Lecturer in Contemporary Art History – Ghent BE
Eric Colpaert's art places you in the tension between here and there, between signs, things, or motifs that seem very familiar, and the unknown or unimaginable.
Frank Maes
curator and artistic director EMERGENT Platform for Contemporary Art – Veurne BE

Texts

HIDING THE JEWEL BOX in het RHoK te Etterbeek/Brussel (B.)

Upon learning that his sister, Suzanne, had married the artist Jean Crotti in Paris while he was still in Argentina, Marcel Duchamp sent as a wedding gift the idea of the “unhappy readymade.” He instructed them to hang a geometry book outside so that its pages would be torn apart and its text would be erased by the elements. Suzanne in turn photographed the book and later created a painting in hommage to this gesture that welcomed the effects of chance and life.

Toen Marcel Duchamp vernam dat zijn zus Suzanne in Parijs met de kunstenaar Jean Crotti was getrouwd terwijl hij zelf nog in Argentinië verbleef, stuurde hij als huwelijkscadeau het idee van de 'ongelukkige readymade'. Hij gaf hun de instructie om een ​​meetkundeboek buiten op te hangen, zodat de pagina's door de elementen uit elkaar zouden worden gescheurd en de tekst zou worden uitgewist. Suzanne fotografeerde het boek vervolgens en maakte later een schilderij als eerbetoon aan dit gebaar, dat de invloed van toeval en het leven verwelkomde.

LOST IN PARIS - FOUND IN BRUSSELS Hommage aan MARCEL DUCHAMP & Suzanne Duchamp-Crotti.

Re-installation of Marcel Duchamp’s Readymade Malheureux, the instructions for which were cabled by the artist in Buenos Aires to his sister Suzanne Duchamp in Paris in 1919. (Géométrie Descriptive - Louis Kollros. Art Institute Orell Füsli Editeurs, 1918).

Het drieluik METAMORPHOSES, ontworpen in het voorjaar van 2020 en onder het pseudoniem Karl Manovsky voor het eerst tentoongesteld in juni van hetzelfde jaar in Salon Blanc te Oostende, krijgt zijn definitieve vorm in het expositiepaviljoen van het RHoK en onder mijn eigen naam.

Het middelste paneel bevat een gravure uit circa 1795 van Franz Rechtberger uit Wenen: een berglandschap met bomen en 3 nietige wandelaars (2 uitrustend midden de aardeweg en een passant). De wandelaars zitten verstopt achter 2 natuursponzen. Een grote kei, gevonden op het strand bij de Middellandse Zee in het kustplaatsje Le Pradet (Fr.) zweeft of hangt in de lucht en is tevens een hoeksteen, een onderdeel waarvan alle andere onderdelen afhankelijk zijn.

Het rechterpaneel is in het diepste zwart geschilderd: BLK 3.0, het op Vantablack, waar de kunstenaar Anish Kapoor de rechten op heeft, na zwartste zwart. Het slorpt alle licht op. Een luik bedekt dit zwarte paneel en kan maar gedeeltelijk worden geopend.

Het paneel aan de linker zijde van het werk bevat 6 pagina’s uit de muziekpartituur METAMORPHOSES uit 1979, van de Belgische componist Marcel Quinet (1915-1986).

De partituur is een uniek en origineel exemplaar en verschafte me de titel van het werk. Een mooi toeval en zoals bij elke toeval, in dit geval, een ontsluiting van de betekenis van het kunstwerk, dat voor mij lange tijd mysterieus en vreemd bleef. De titel verwijst naar het Latijns dichtwerk van Ovidius (achtste eeuw na Christus) waarin de schepping en de geschiedenis van de wereld worden verhaald. De rode draad door dit verhaal zijn een reeks dramatische gedaantewisselingen die evenwel moeten aantonen dat niets verloren gaat. Alles is in voortdurende beweging, niets verdwijnt of gaat ‘ten gronde’, maar toont of openbaart zich telkens onder een andere vorm.

Een reeks van 5 (tot meer) natuursponzen worden ‘buiten’ het drieluik als zodanig geplaatst om de grenzen van het kunstwerk te vervagen en het te laten aansluiten met de ruimtelijkheid van de galerie, het museum, de kamer van de verzamelaar of, in dit geval, de ruimte van het expositiepaviljoen.

Alluderend op de drie verstopte figuurtjes op de gravure, had de titel ook kunnen zijn: De ‘Emmaüsgangers’ ….

Mijn eerste contact met het werk van Marcel Duchamp, gaat terug naar de zomer van 1984. Ik had het plan opgevat om alle villa’s van Palladio in de Veneto te bezoeken en te fotograferen en meteen zoveel als mogelijk werk van Aldo Rossi te zien, enkele eerste projecten van Mario Botta en werk van Guiseppe Terragni. Als reisgezel had ik Didier Van de Steene zo ver kunnen krijgen om me enkele weken gezelschap te houden tijdens deze Italienische Reise.

Het was Didier en ook Frank Vande Veire, een goede vriend vanuit mijn humanioratijd, die me op het hart drukten om via Keulen te rijden en in Museum Ludwig, de tentoonstelling met werken van Marcel Duchamp te zien. Ik kocht er de lijvige catalogus, maar van een vonk was er toen nog geen sprake.

Ik weet nog dat al mijn dia’s, honderden waren het, alle overbelicht waren door een fout van de camera. Die prachtige villa’s van Palladio bv. leken in een fase van een nucleaire blast te verkeren. Het waren bijna röntgenfoto’s, maar dan in kleur. Alle materie was licht geworden, de muren met hun streng symmetrische opdeling, waren niet langer een scheiding tussen buiten en binnen of tussen twee verschillende ruimtes, maar filters, vliezen met niets dan vruchtwater, waarbij de foetus niet meer van de draagmoeder te onderscheiden viel. Ooit doe ik er iets mee.

Ik wou weg uit de architectuur, waarvoor ik uit wanhoop had gekozen. Ik wou naar de kunstacademie en de reeks tekeningen, aquarellen en collages die ik tijdens mijn laatste jaren humaniora had gemaakt, verder zetten.

Wellicht was de mislukte reportage van al de solide bouwsels een ernstig te nemen voorteken, dat ik het niet met een plaat aan mijn gevel: ERIC COLPAERT – ARCHITECT, zou moeten wagen. Ik had ondertussen in Leuven Architectuurwetenschappen gestudeerd en was bij een drietal architecten, telkens voor een periode van 6 maanden, verder in de leer als stagiair. Ziek werd ik er van, zelfs wanneer ik bij Georges Baines in Antwerpen aan mooie projecten, zoals de uitbreiding van het huis Guiette van Le Corbusier, kon werken.

In het najaar van 1985 was het zover. Ik stapte als herboren de Gentse Akademie, nu KASK & CONSERVATORIUM School of Arts Gent, binnen en dit voor vier jaar.

Parallelle universums, de wereld opzij van onze wereld, de vierde dimensie, meer-dimensionaliteit waren begrippen waar ik me bijna biologisch mee verbonden voelde. In de Gentse Copyright van Hilde Peleman, vond ik een mooi boekje: Marcel Duchamp l’Apparence mise à nu… van Octavio Paz (Gallimard) dat ik kocht voor 580 Bfr. > 14,5 euro. Ik heb het opnieuw ter hand genomen om te zien wat ik heb aangestipt. Le château de la pureté, één van de twee essays, maakte een diepe indruk op me. De titel alleen al: het kasteel van de zuiverheid. Toen ik twee jaar op de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam zat, kocht ik hier en daar en eerder occasioneel een boek over Duchamp. Het werd een heuse bibliotheek, waarvan ik er enkele jaren terug, een stuk of honderd, alle eerste drukken, aan Marc Coucke verkocht. Door de aanschaf van de Duchamp collectie van Ronny Van de Velde + nieuwe aankopen, krijgt Marc Coucke de grootste privécollectie met werken van Duchamp onder zijn verantwoordelijkheid.

Misschien heb ik nog een twintigtal boeken waar ik me op één of andere manier emotioneel mee verbonden voel, in mijn kasten zitten en…. een tweetal werken van Marcel Duchamp zelf, meer werken van zijn zus: Suzanne Duchamp en veel etsen van zijn oudere broer Jacques Villon.

Ik ben reeds een tijd gefascineerd door zijn Readymade Malheureux en wou het experiment overdoen. Ondertussen heb ik een kleine collectie oude Franse boeken over beschrijvende meetkunde opgebouwd. Enkele tot de verbeelding sprekende schema’s en tekeningen inspireerden me tot nieuwe werken. Ooit zou ik een boek over beschrijvende meetkunde een tijd lang, in weer en wind laten hangen en zien wat er mee zou gebeuren.

De buitenzijde van het expositiepaviljoen van het RHoK leek me de gepaste omgeving. Dan ging het ineens heel snel. Van zodra ik in februari en op uitnodiging van curator Philippe Braem de locatie had bezocht, documenteerde ik me opnieuw over Duchamp’s Readymade Malheureux. Ik zocht en vond een identiek exemplaar van het boek dat Suzanne Duchamp, op aanwijzingen van haar broer, die pas twee weken in Buenos Aires was toegekomen en geen zin had om terug naar Parijs te reizen om bij het huwelijk van zijn zus met Jean Crotti aanwezig te zijn, bij wijze van huwelijksgeschenk aan het balkon van haar appartement had bevestigd.

Op donderdag 18 april, een week voor de opening, kon ik met de hulp van Jelle Clarisse een staalkabel spannen en ergens halfweg ‘het boek’ ophangen. Tot ik het exemplaar uit 1919, afgelopen zaterdagavond heb weggenomen. Van het exemplaar in Parijs, nam Suzanne Duchamp welgeteld 1 foto, die Marcel Duchamp trouwens zou opnemen in zijn Boîte en Valise. Het boek zelf verdween.

Van mijn exemplaar, dat ruim een maand lang heeft hangen bengelen in Etterbeek, heb ik telkens ik er kwam, tientallen foto’s genomen. Na de finissage van 25 mei jl., nam ik het boek mee naar huis. Ik zal denk ik, een soort plexi box maken met het boek, alle materiaal dat nodig was om het ‘in weer en wind’ te hangen en een keuze uit de foto’s die ik er van nam, telkens ik in Etterbeek was. Iets voor de Duchamp-collectie van Marc Coucke?

27 mei 2024

Deel(tje) 2 van HET VERHAAL OVER BOEKEN EN MENSEN en over MARCEL DUCHAMP.

Ik zat in het derde jaar architectuur aan Sint Lukas Gent - LUCA School of Arts en het was het jaar 1980. Mijn pa was lid van het Davidsfonds en bleef dit tot enkele maanden voor zijn dood, toen hij net geen 100 jaar werd. Elk jaar werd er lidgeld betaald en elk jaar belandde er op het adres in Lichtervelde een catalogus met nieuwe uitgaves. Om lid te blijven, moest je daar een boek uit kiezen. Wat mijn pa zelden of nooit deed.

Die opdracht kreeg ik, zin of geen zin. Nu wil het toeval dat er een boek werd aangeprezen dat onmiddellijk tot mijn verbeelding sprak: METABLETICA of de leer der veranderingen van Prof. Jan Hendrik van den Berg, zenuwarts te Leiden. ‘Beginselen van een historische psychologie’, stond er verder bij vermeld. Ooit verschenen in 1956 en inmiddels aan zijn 25-tigste druk toe. Ik voelde me in die tijd erg aangetrokken tot psychologie en zelfs tot psychiatrie, alles wat maar enigszins een beeld kon verschaffen van wie wij (of wat) mensen, eigenlijk zijn. ‘Moet je dit boek nu net aankruisen’ repliceerde mijn pa met een zucht. Van zo, het komt nooit goed met die gast. Mij iets weigeren deed hij zelden.

Goed, ik uiteindelijk met dit boek naar mijn kot in Gent. De tweede die het met een verraste blik in handen nam, was Peter Vermeersch. Maximalist!, X-Legged Sally, Flat Earth Society en toen architectuurstudent, die een jaar hoger zat dan ik en waar ik graag mee optrok. In dat fameuze jaar 1980 reisden zijn ouders naar New York, stapten o.a. lukraak een architectuurboekhandel binnen en informeerden naar de twee succesvolste boeken van het moment. ‘It’s for our son’. Samen vergaapten we ons in ‘The New Rationalists (met o.a. werken van de gebroeders Krier e.a.) en in Five Architects (Eisenman, Graves, Gwathmey, Hejduk, Meier. Vooral Peter Eisenman en John Hejduk zou ik tot op heden blijven bewonderen!

‘Heb je Metabletica van de Materie’ gelezen?’ vroeg Peter me. Ik leende het boekwerk van hem en kopieerde er elk van de 449 bladzijden uit, tot ik het in Amsterdam, begin 90 had ik er voor 2 mooie jaren een atelier (Thank you my Lord!) in de etalage van een tweedehandsboekhandel zag liggen en het kocht voor…. even kijken: 25 gulden. Ik legde het boek onder mijn hoofdkussen voor jaren.

Uiteraard heb ik de man, die overleed in 2012 op 98-jarige leeftijd opgezocht en alles gekocht wat ik kon vinden, soms tot tweemaal toe.

Metabletica toont op heldere wijze de relativiteit aan van wetenschappelijke paradigma’s en legt relaties tussen, gewoon alles: muziek, geneeskunde, waarneming, architectuur, biologie en andere wetenschappen, godsdienst, mode etc. etc.

Ik weet niet wie ik zou geworden zijn, had ik nooit van Eisenman, Hejduk of van Jan Hendrik van den Berg gehoord? Dank je Peter. Ooit krijg ik wel een gelegenheid om je hiervoor persoonlijk te bedanken.

Metabletica van de Materie beschrijft de veranderingen in de architectuur, meer nog, van de ruimte. Op een heldere en begeesterende wijze wordt aangetoond hoe en wanneer er getwijfeld werd aan de Euclidische Meetkunde en de niet-Euclidische Meetkunde ‘en vogue’ kwam. Weet dat de verovering van 'de ruimte', hoewel ik niet van deze formulering hou, een aanvang had genomen en men bij de berekening van de banen van planeten, satellieten en andere zaken die ver boven de dampkring tollen, hoegenaamd niets met de klassieke of Euclidische meetkunde kan uitrichten.

‘Marcel Duchamp, nu is het aan jouw!’.

In 1913-1914 en in de hoedanigheid van Rrose Sélavy, hield Marcel Duchamp in Parijs een stuk touw van 1 meter lengte, 1 meter boven de grond en evenwijdig ermee, en liet het vallen. Dit deed hij driemaal. Hij bekwam drie verschillende meters die hij alle drie keurig uit een houten meetlat van 1 meter sneed. Het werden zijn Standard Stoppages of Stoppages Etalon, bruikbaar om bepaalde taferelen van zijn Grand Verre voor elkaar te krijgen.

In 1919 had Suzanne Duchamp gelukkig 1 foto genomen van het boek over beschrijvende meetkunde dat, voor het voorgoed verdween, een tijdlang in weer en wind hing te bengelen aan het balkon van haar appartement in Parijs. Dit was het huwelijksgeschenk van Marcel aan zijn zus.

In 1936 begon Marcel Duchamp aan het eerste exemplaar van zijn Boîte en Valise. De foto van het boek, die zijn zus had genomen en er overigens een olieverfschilderij van had gemaakt, vond hij interessant genoeg om op te nemen. Omdat ik een exemplaar van het originele boek uit 1919 in bezit heb, dacht ik dat ik zonder moeite de pagina’s zou terugvinden met het mooie schema van de twee cirkels, zoals overigens te zien is op de foto.

Vergeet het!

Wel tien keer heb ik dit boek van voor naar achter en omgekeerd zitten doorbladeren. Tot ik een ander boek van beschrijvende meetkunde op het spoor kwam: Précis de Géométrie Plane uit 1933 met op pagina 171 het fameuze schema 409. Cas particulier. Omdat de foto, die Suzanne Duchamp van het boek had genomen abominabel slecht is en er op de pagina's helemaal niets is te zien, 'koos' MARCEL DUCHAMP een nieuw schema en uit een ander boek.

Ik vond het meteen een icoon. Ik ben niet zo thuis in beschrijvende meetkunde. Om het met de woorden van Duchamp te zeggen, ‘het amuseert me’. Zeker wanneer ik er iets mee kan doen.

Op het grote blad heb ik dit schema overgenomen en laten vergezellen door enkele bollen in roestvrij staal, een mooie doopvontschelp (Clam Tridacna) van 40 cm, die Wim Lammertijn, directeur van het Mudel - Kunstmuseum Deinze - als reactie op mijn bede die ik op FB had gepubliceerd, bereid was te verkopen en voor een zacht prijsje. Dank je Wim!

Voorts het boek uit 1933 opengeslagen op pagina 171, een spoel staaldraad (waarmee ik andere stalen bollen boven schelpen, in de exporuimte had hangen), houten latten, 2 meetlatten in aluminium van 1 meter lengte elk. Nog één en ander, kortom: Work in Progress.

(Finissage: HIDING THE JEWELBOX - Rhok Academie/Curator Philippe Braem, zaterdag 25 mei 2024 13u40).

Read more

By way of explanation for the exhibition THINGS UNSEEN in Salon Blanc

Eric Colpaert, deelnemend kunstenaar en curator. Oostduinkerke 04 06 2021.

THINGS UNSEEN als titel voor deze tentoonstelling, ontstond als reactie op de titel van een werk van Bert Koeck: “don’t tell God your plans”, wat op zich een contradictio in terminis is. God is Almachtig, weet alles nog voor iets zal geschieden, ziet alles nog voor iets zichtbaar wordt.

THINGS UNSEEN betrekken op een tentoonstelling van Hedendaagse Kunst creëert een stijlfiguur die in de buurt komt van een tautologie of een pleonasme. Immers verwacht men iets te zien dat daarvoor niet eerder werd gezien en wel in die mate dat het alledaags vertrouwelijke er d.m.v. beelden een poëtische lading bij krijgt. Het voorheen geziene schiet tekort, verliest als het ware zijn capaciteit om ten volle drager van ‘de’ werkelijkheid te zijn, van ‘alle’ betekenis. Van een raakpunt te zijn waar de zich ontplooiende en ontwikkelende mens zich kan aan optrekken, zich volledig kan in vinden of er zodanig geestelijk of emotioneel duizelig van wordt dat er opnieuw kansen geboden worden om zich te verwonderen en te verruimen.

THINGS UNSEEN vinden we in een bijbelvers: So we fix our eyes not on what is seen, but on what is unseen, since what is seen is temporary, but what is unseen is eternal. (2 Cor. 4:18) God raadt het af om vast te hangen aan datgene wat kan gezien worden, want wat kan gezien worden is vergankelijk en wat niet gezien kan worden is eeuwig, is Goddelijk.

Om bij stijlfiguren te blijven, is de titel van deze tentoonstelling misschien wel een hyperbool met als redenen de intentie van deze tentoonstelling extra nadruk te geven door te overdrijven en ons heel ambitieus op te stellen. Kunst wordt soms als een evolutie van de waarneming beschouwd. Daarom blijft kunst verrassen. In eerste instantie de maker er van, de kunstenaar, op de voet gevolgd door de kunstliefhebber, de galerie- en museumbezoeker, de kunstverzamelaar e.a.

Is kunst een voortdurende inwijding in wat niet eerder gezien kon worden? Ik denk het wel. Hoe vreemd, op het eerste gezicht onnatuurlijk, tegenstrijdig, soms choquerend of averechts kunst kan zijn, toont kunst de dingen zoals ze zijn en in de specifieke tijd en ruimte waartoe ze behoren. Kunst toont de eigen tijd en de eigen ruimte. Vooral bij de gratie van de onstandvastigheid, veranderlijkheid en relativiteit van tijd en ruimte.

Het werk van de zes kunstenaars in deze tentoonstelling is daar een voorbeeld van.

Het oudste werk uit het aanbod, dateert uit de jaren 1920 en is van SERGEI YAKOVLEVICH SENKIN (1894 – 1963). Hij was een leerling van Kazimir Malevich en werd sterk door hem beïnvloedt. Anders gesteld…. Malevich werd als één der eersten gegrepen door een andere beleving van tijd en ruimte, in gang gezet door de industriële revolutie van de 19 de  eeuw. Het zich steeds meer en sneller verplaatsen, sneller handelen, sneller zien en op eenzelfde moment heel veel dingen tegelijkertijd. Hij ontwikkelde een revolutionaire abstracte kunst (en architectuur) met zwevende vlakken, parallel boven elkaar geplaatste composities in gelaagde structuren zonder perspectivische verkorting. Alsof alles vanop een heel grote afstand werd waargenomen vanuit een planetaire ruimte. Wat werd afgebeeld heeft niet langer de schijn van stoffelijkheid van materialiteit. Deze richting kreeg de naam RUSSISCH CONSTRUCTIVISME of SUPREMATISME. Van 1928 tot 1932 was SENKIN lid van de Oktobergroep, samen met kunstenaars die deze strekking elk op een virtuoze manier hebben kunnen verkennen en uitdiepen: Klutsis, El Lissitzky, Rodchenko, de gebroeders Vesnin e.a.

YVES KLEIN (1928 – 1962) ontwikkelde op korte tijd een indrukwekkend oeuvre. Het quasi immateriële en de hoge graad van abstractie bij de Russische Constructivisten, bereikte bij KLEIN een absolute climax in hoofdzakelijk monochrome werken van ultramarijn blauw. Het kosmisch gehalte werd niet langer gemeten met planetaire afstanden van zien, maar van zijn. Eenuniverseel, alomtegenwoordig en grenzeloos zijn. De mens behoort tot de kosmos en is de kosmos. Architectuur voor YVES KLEIN mag geen muren meer hebben en is samengesteld uit schermen van warme lucht. De mens is vrij, vliegt of is gasvormig. Een toppunt in zijn oeuvre was het tonen van ‘niets’. Het project ‘Le Vide’ in de Galerie Iris Clert te Parijs uit 1958, is er een mooi voorbeeld van. De met veel poeha aangekondigde en georkestreerde tentoonstelling bracht 3000 bezoekers op de been die naar ‘niets’ kwamen kijken, blauw gekleurde cocktail dronken en naar het schijnt, het fameuze en gepatenteerde Yves Klein International Blue uitzweetten of urineerden.

Bij mijn eerste bezoek aan Salon Blanc, 7 jaar geleden, trof me de bijzondere en unieke ruimte. ‘Dit’ was eenzelfde ‘vide’ als dat YVES KLEIN kon bewerkstelligen in Parijs, ruim 60 jaar geleden. Hier mag men zo weinig als mogelijk ‘afgeleid’ worden door voorgaande stromingen of uitingen in de kunst die opvallen, indelen, massa of gewicht veroorzaken. De authentieke handtekening van YVES KLEIN kon ik verwerven van de bekende Duitse regisseur, musicus, theaterdirecteur en scenograaf Philipp Kochheim( °1970).

Zoals YVES KLEIN ooit ruggelings op het strand van Nice lag te genieten van de oneindig blauwe lucht, als absoluut kunstwerk dat hij alleen maar hoefde te signeren, wou ik er bij wijze van hommage, YVES KLEIN de witte ruimte van Salon Blanc en i.h.b.z. de ruimte boven de kasten tot aan het plafond van +/- 5,20 m. hoog, laten signeren.

Een merkwaardig toeval vond ik een week terug. Yves Klein stierf op 6 juni 1961….. onze dag van het ‘one day project’, 59 jaar geleden.

Iets heel onverwacht en van anekdotische oorsprong is de aanwezigheid van de oude ingelijste devotieprent van de Heilige Rita. In 1961, het jaar voor zijn huwelijk en waarin hij zou overlijden aan zijn derde hartaanval, bracht hij anoniem en samen met zijn toekomstige bruid Rotraut Uecker, een bezoek aan het heiligdom van de Heilige Rita van Cascia in Italië. Hij overhandigde de zusters een zelfgemaakte ex voto die pas in de jaren ’80 en omdat het klooster bladgoud nodig had, werd herontdekt.

Het werk bestaat uit een plexi doos met pigmenten ultramarijn en roze, bladgoud, 3 goudklompjes en een gebed. Zijn leven lang had YVES KLEIN een grote devotie voor de Heilige Rita. Hij bad regelmatig tot haar en vroeg opdat zijn werk hem kon overleven en van grote betekenis zou zijn voor de geschiedenis van de moderne kunst. Hij werd amper 31 jaar en maakte op 7 jaar tijd meer dan 1000 werken en installaties, ontwikkelde performances van zo’n kwaliteit en waarde dat hij een plaats kan innemen in het rijtje van de allergroten: Leonardo Da Vinci, Vincent Van Gogh, Marcel Duchamp, Francis Bacon, Bruce Nauman etc.

EDITH VAN LECKWYCK (1889-1987) was een Belgisch Nederlandse kunstenares die in 1916 met haar ouders gevlucht was voor het oorlogsgeweld en in Den Haag onder de indruk kwam van de expressionistische groep ‘Der Sturm’. Ze kreeg een schilderopleiding van Jules Schmalzigaug. Ze ontmoette Wassily Kandinsky en Heinrich Campendonk. Met Heinrich Campendonk trad ze in het huwelijk en zou pas na zijn dood in 1957 zich opnieuw ten volle wijden aan haar kunst. Haar werk kenmerkt zich door een flamboyante expressionistische stijl en impressies van de zee, fauna, flora en van poëtische landschappen. Het gepresenteerde werk ‘Rosendael France’ toont een gehucht nabij Malo les Bains en het geïndustrialiseerde Duinkerke. Op de vlugschets in houtskool heeft de kunstenares aantekeningen gemaakt met potlood over kleurgebruik en perspectief. Deze kan men en met de eigenverbeelding nu zelf invullen.

BERT KOECK (Gustav) Brussel °1971, is een interieur- en meubelontwerper, conceptueel kunstenaar en docent aan de LUCA SCHOOL OF ART BRUSSELS-GHENT. Zijn werk heb ik voor het eerst leren kennen via zijn website www.gustavv.com. Onmiddellijk trof me de originaliteit, de dynamiek, de coherentie, de maturiteit en het eigentijds en avontuurlijk karakter van zijn werk. De opvallende titels zijn zowel humoristisch, misleidend en eigenzinnig.  BERT KOECK misbruikt naar eigen zeggen ‘de techniek’. Hij gebruikt ‘geen Photoshop’, bevestigt hij met klem.

2D-werk kent een braaf productieproces. Een fototoestel wordt op een statief geplaatst. Met een laserlijn beschildert hij bv. een lichaam. Het lichaam beweegt en BERT werkt met verschillende sluitertijden zodat het resultaat gelaagd wordt en men i.p.v. een harde foto ‘iets fluweelachtig’ te zien krijgt. ‘Precies röntgenfoto’s over elkaar’. Funest wordt het wanneer BERT KOECK zich beeldend t.t.z. 3D uitdrukt. Hij ‘misbruikt’ de techniek. Tijdens een scan van een object worden andere standpunten ingenomen of worden de markeringspunten verplaatst. De software wordt daardoor misleid, corrigeert zichzelf, probeert de verschillende opnames samen te stellen, begaat fouten en maakt er uiteindelijk een zootje van. Deze informatie wordt in drie dimensies uitgeprint op de grootte van een foetus. Een hybride wezen dat zijn/haar eerste levensvatbare momenten beleeft in een couveuse en laat vermoeden dat er een aanvang wordt genomen met groei of met een evolutie in een tijd en ruimte die even verstoord zijn als het proces van de ontwikkeling van het embryo.

(wordt vervolgd)

KARL MANOVSKY (Kiev 1973) is van opleiding ingenieur met een specialisatie in aerodynamica en stuurmechanismen van vliegtuigen. Ik leerde KARL MANOVSKY voor het eerst kennen op Ebay. Hij verkocht een deel van zijn UFO-collectie: krantenknipsels, tijdschriften, foto’s en schilderijen. Ik kocht alles wat hij te koop aanbood en we begonnen een intense uitwisseling via mail en Messenger over fenomenen in onze werkelijkheid die altijd heel arbitrair of twijfelachtig werden beschouwd. Zijn vader was afkomstig van Minsk/Belarus en zijn moeder is Frans. KARL MANOVSKY volgde tijdens zijn studies voor ingenieur, avondacademie aan de Vasilenko Art School en had geen carrière als kunstenaar voor ogen. Kort na onze kennismaking op het internet zou KARL naar Asco/Californië verhuizen om voor  Boeing te werken. De twee werken in de tentoonstelling bij Salon Blanc ontstonden met behulp van aanwijzingen en schetsen. Het drieluik toont een Franse kopergravure uit de 18 de  eeuw. Een zwevende kei (herkomst Le Pradet/Côte d’Azur en bezorgd door een nicht van hem), een spons uit de Middellandse Zee en de kleuren wit, zwart en wit linnen. Yves Klein is niet ver weg en heeft misschien als een ‘geest’ het tot stand komen en de verwerkelijking van het werk, gestuurd of begeleid? ‘Tot stand komen’ wil zeggen ophouden met (te snel) bewegen en daardoor zichtbaar worden.

Het werk dat d.m.v. twee peepholes bij het pand aan de Romestraat 20 wordt getoond, kan hier niet worden beschreven, anders is de pret er af.

ERIC COLPAERT (1959-2052)

Els Wuyts had ik uitgenodigd voor een ‘studio visit’ met de hoop om in Salon Blanc tentoon te stellen. Het viel me op dat Els ‘goed keek’ en het inmiddels gerealiseerd renovatieproject van mijn woning op een verrassende en gevoelige wijze wist te appreciëren.

Dus ‘ja’ en of ik nog enkele kunstenaars wist om mee samen te werken?

Waarom Salon Blanc? Na een afwezigheid van ruim 20 jaar, ben ik mijn lesopdracht aan de LUCA SCHOOL OF ART BRUSSELS-GHENT gestopt om enkele privézaken te regelen en af te werken en me ‘uiteindelijk’ de rest van mijn tijd volledig aan ‘mijn werk’ te kunnen wijden. Ik debuteerde opnieuw bij EMERGENT te Veurne, nam deel aan een groepstentoonstelling in Kaliningrad en in Moscow, toonde werk in Antwerpen en wou Salon Blanc op mijn C.V. Niet alleen omwille van de kwaliteit van dit exclusieve kunstenaarsplatform dat Els Wuyts en Yves Velter hebben opgezet, maar omdat ik die ruimte, die plek zo goed vind.

Eric Colpaert, deelnemend kunstenaar en curator. Oostduinkerke 04 06 2021.

Read more

CV

2026

2024

2023

2022

2021

2019

When I woke up one morning, I couldn't believe my eyes” Solo exhibition, curated by Bart Van Acker & Gert Junes, ART PARTOUT GALLERY – Antwerp. ПРО КОСМИЧЕСКОЙ/ABOUT SPACE: Group Exhibition at the Museum of Russian Lubok (Sub. Novogireevo, Moscow). Curated by Alexandra Migunova-Tihanyuk (Kaliningrad). ПРОСТОКОСМОС/PROSTOKOSMOS/SIMPLY SPACE: Group Exhibition at the Baltic Branch of NCCA/National Center for Contemporary Arts KALININGRAD (Russian Federation). Curated by Alexandra Migunova-Tihanyuk (Kaliningrad) & Andrei Epishin (Moscow). NLO (UFO): Publication ERIC COLPAERT, limited edition of 250 x 5 booklets + slipcase, all signed and numbered by the artist.

2017

Series of screen prints on permanent display at ART PARTOUT GALLERY, together with work by: David Byrne, Dirk Braeckman, Fred Bervoets, Christo, David Claerbout, Jan De Cock, Marlene Dumas, Koen Delaere, Jan Fabre, Koen Fillet, Keith Haring, Jeff Koons, Hans Op De Beeck, Panamarenko, Boy & Erik Stapaerts, Antoni Tapies, Luc Tuymans. ART PARTOUT GALLERY – Antwerp, curated by Bart Van Acker and Gert Junes.

2016

‘OUTSTANDING BY ABSENCE 2’, curated by Frank Maes, EMERGENT - Veurne Three solo exhibitions: Jean-Marie Bytebier, Eric Colpaert and Lukas Vandenabeele.

Construction of various installations in temporary studio (May – September, Sint-Gillis/Bruges).

2014

Shows a series of new drawings to Frank Maes, artistic coordinator EMERGENT – Veurne.

2012

Ends teaching assignment at Sint-Lukas Brussels – LUCA I School of Arts. Renewed focus on own work.

2010

‘Vispoortplein’, Kampen (NL). Workshop with postgraduate students: Rosa Druijven, Bas Kools, Lobke Meekes. Masters: Eric Colpaert, visual artist; Michael van Gessel, landscape architect; and Peter de Kimpe, scenographer and designer. Commission and coordination: ‘Het Instituut’ Amsterdam, general supervision Johan Wagenaar. ‘Concept proposal village square Noordschote’, Noordschote/Loo (WVL. – B.), commissioned by Province of West Flanders/Provincial Area-Based Operations.

2009

‘What is the future of a deserted piece of Europe?’, Monsaraz/Alentejo, Southern Portugal. Collaboration with project developer Jean-Paul Derveaux (B.) and Philips Eco Vision Program (Nl.). “How can the qualities of an enchanting starry sky be utilized to the maximum for the local economic, political, and cultural structure of the town of Monsaraz and its surroundings?”

2008-2011

Urban planning, Zwolle (NL). 3-year contract to contribute ideas to the development of the Stadshagen/Zwolle urban expansion area. Member of the STADSHAGEN Core Team +, with, among others, Gijs van den Boomen (Director urban design, landscape, architecture – Kuiper Compagnons – Rotterdam), Kristian Koreman (CEO ZUS/Zone Urbane Sensible – Rotterdam), ir. Patries Haberer (project manager 2008-2009), Peter Prak (project manager 2009-2010), and the Municipality of Zwolle. Objective of my assignment: “integration of urban planning and art whereby art is part of the urban planning process from the outset, and where the elaboration of the proposals is explicitly undertaken in consultation with existing and future residents”. Scope of the project: 16 km², 20,000-30,000 residents, 12,000 homes with all associated facilities (shops, services, sacred buildings, sports facilities, landscape elements, parks, roads, squares, public transport, swimming pools, etc.).

2005

‘Préparations d’une Apparition de la Vierge Marie’, film project on location in Eggewaertskapelle/Veurne. Script, set design, direction & camera (music: Robert Fripp).

2003

‘ZIEL/Kunst op locatie’, Faculty of Theology Kampen, Kampen (NL). Workshop with students from the Constantijn Huygens Academy, commissioned by the Studium Generale ArtEZ University of the Arts Arnhem, Enschede and Zwolle.

2000

‘Concept Proposal Village Square Wulpen’, Wulpen/Koksijde (B.), commissioned by the Municipal Administration of Koksijde. ‘Brugge, neat city/Feeling Bruges places’, community project with school children, Bruges (B.).Workshop with pupils from the ‘Oefenschool’ Middle School in Bruges. Curated by Johan Debruyne.

1999

‘Masterplan Millennium Project Greater Koksijde’, First Prize Flemish Community Forestry and Green Areas division for a landscape project/green structure spread across the municipalities of Wulpen, Oostduinkerke, Sint-Idesbald, and Koksijde. Competition between approximately 80 Flemish Cities and Municipalities. ‘Concept Proposal Astridplein’, Oostduinkerke (B.), commissioned by the Municipal Administration of Koksijde. Extension of ‘teaching assignment Sint-Lukas Brussels – LUCA I School of Arts, lecturer (Assistant AOA) Study of visual elements 1st year Photography.

1998

1998

‘Art in the Church’, National Church Day, Kampen (NL). Group exhibition and workshops with, among others, Joseph Semah Visual Artist and students from the Akademie Constantijn Huygens/ArtEZ.

Curated by Johan Wagenaar Visual Artist and Studium Generale ArtEZ University of the Arts Arnhem, Enschede and Zwolle.

‘The Third Incubation Wave’, 18 incubation sites spread across the territory of Loppem/Zedelgem (B). Group exhibition with, among others, Fabrice Hybert, Anne-Mie Van Kerckhoven, Jean-Luc Moulène, Leo Copers, Mirjam de Zeeuw, Marc Goethals and Honoré d’O. Curated by Roland Patteeuw/KUNSTHALLE LOPHEM. ### 1996 ‘The Skin of the White Lady’, Center for Design, Information and Technology, Eindhoven (NL). Group exhibition featuring Johan Van Geluwe, Ingrid Cornelissen, Mynke Buskens, Rossi & Rossi, among others. Curated by Arctic Foundation/Eindhoven.

1995

‘The Human Condition’, The White Room, Sint-Lucas Ghent (B.). Group exhibition featuring Dirk Braeckman, Raf Buedts, Jan Carlier, Mario De Brabandere, Berlinde De Bruykere, Willy De Sauter, Danny De Vos, Christof Fink, Paul Gees, Ria Pacquée, Koen Theys, D.D. Trans, Johan Van Geluwe, Annemie Vankerckhoven, Luc Van Soom, Mark Verstockt, among others. Curated by Philip Van Isacker, Marck Verstockt, and Prof. A. De Moor. ### 1994 ‘Traject’, Art in 16 wharf cellars on the Utrecht Oudegracht, Utrecht (NL). Group exhibition with Ron Bernstein, John Blake, Marinus Boezem, Groenewoud/Buij, Frank Halmans, Loes van der Horst, Toine Horvers, Hans Leutscher, Frank Mandersloot, Miranda Rikken, Joke Robaard, Ines den Rooijen, Marc Schepers, Giny Vos. Curated by Cor Blok.

‘9th Bourse d’Art Monumental d’Ivry’, Centre d’Art Ivry/Galerie Fernand Léger, Ivry-sur-Seine – Paris. Group exhibition with Luc Deleu (B.), Erik Jan Deykman, Gereon Lepper (D.), Francisco Ruiz de Infante (ES.), Danielle Vallet Kleiner (F.). Curated by/exhibition commissioner Thierry Sigg.

1993

'Eric Colpaert spatial work, projects, drawings', Sint-Lukas Gallery Brussels (B.).Solo exhibition curated by Bieke Demeester/ Sint-Lukasstichting.

‘Kontakt ‘93/Skulpturen’, Städtische Parkanlagen Klinkeshöfchen U. Josephine-Koch-Park, Eupen (B.).Group exhibition with Guillaume Bijl, Jacques Charlier, Luc Coeckelberghs, Patrick Corillon, Berlinde De Bruykere, Luc Deleu, Ann Veronica Janssens, Jacques Lizene, Bernd Lohaus, Jean Marc Navez, Guy & Monica Rombouts-Droste. Curated by Francis Feidler/ Internationales Kunstzentrum Ostbelgien.

‘ZKM’, Center for Art and Medical Technology, Karlsruhe (D.).Artist in Residence. Invited by Jeffrey Shaw (AUS), Leiter des Instituts für Bildmedien.

1992

‘Synergy/Young art from Ghent’, Opus Operandi, Ghent (B.).Group exhibition with Jean-Marie Bijtebier, Dirk Braeckman, Peter Buggenhout, Hugo De Baere, Berlinde De Bruykere, Hugo De Leener, Hugo De Leener, Karel De Meester, Carlo Mistiaen, Wim Vanderplaetsen, Jan Van Oost and Christian Verhelst. Curated by Piet Vanrobaeys.

‘The Campaign/Art in Public Space’, Stroom – The Hague Center for Visual Arts, The Hague (Nl.).Group exhibition with Andrea Blum, Harmen de Hoop, Toine Horvers, Philip van Isacker, John Knight, Arno van der Mark, Norbert Rademacher, Q.S. Serafijn, Raoul Teulings. Unrealized plans: Toine Horvers, Joep van Lieshout/Klaar van der Lippe, Hermann Pitz, Egied Simons and Harry Vandevliet. Curated by Lily van Ginneken – Director Stroom hcbk and KOR/Bureau Kunst in de Openbare Ruimte Stroom hcbk – Jan Wijle, Nico Zwart and Arienne van Staveren).

‘Artworks acquired by the Flemish Community in 1990-1991’, Museum of Deinze and the Leie Region, Deinze (B.). Group exhibition with ‘Untitled or YL’ & accompanying design drawings Inv. BK 5862. Curated by Flor Bex, composition of the Flemish Commission for the Visual Arts: Ludo Bekkers, Flor Bex, Piet Coessens, Theo Claes, Jan Dewilde, Willem Elias, Jan Hoet, Florent Minne, Roland Patteeuw and Willy Van den Bussche. ‘Word and Image in Belgian Art from A to Z’, Museum of Contemporary Art Antwerp (B.). Group exhibition featuring, among others, Fred Bervoets, Guillaume Bijl, Marcel Broodthaers, Jacques Charlier, Leo Copers, Luc Deleu, Wim Delvoye, Denmark, Danny Devos, Daniel Dewaele, Jan Fabre, Filip Francis, Jef Geys, Marie-Jo Lafontaine, Bernd Lohaus, René Magritte, Marcel Mariën, Guy Rombouts-Monika Droste, Walter Swennen, Narcisse Tordoir, Anne_Mie Van Kerckhoven, Jan Vanriet, Jan Vercruysse. Curated by Florent Bex & Jan Kenis.

Commencement of ‘teaching assignment Sint-Lukas University College Brussels – LUCA I School of Arts’, practical lecturer Study of Visual Elements 1st, 2nd, 3rd year & lecturer course ‘Initiation into Contemporary Art and Architecture’ – Interior Architecture department (later: Interior Design) and Photography assistant, Beeldelementen studio 1st year Photography.

1991

‘Eric Colpaert: Drawings 1985-1987’, Beursschouwburg, Brussels (B.). Solo exhibition curated by Jan Florizoone. ‘Antichambres’, Palace of Fine Arts, Brussels (B.). Group exhibition with Mark Goethals, Koen Theys. Curator by Dirk Snauwaert.

‘Galerie Steven Lingbeek’, Arnhem (Nl.). Solo exhibition curated by Steven Lingbeek.

‘Drawings by Sculptors’, Estate ‘De Ceder’, Deinze (B.). Group exhibition with Paul Van Gijsegem, Gino Pecqueux, Johan Clocheret. Curated by Paul Van Gijsegem & Werkgroep Kunst in De Ceder.

‘Art in Flanders, Now – A selection from ten years of purchases by the Flemish Community’, Museum Deinze en de Leiestreek. Group exhibition with 'Untitled or YL'. Curated by Flor Bex and Leen De Backer.

‘Artedomani/Punti di Vista’, Ex Ospedale di San Matteo, Spoleto (I.).Group exhibition with Eric Duykaerts, Ria Pacquée, Gladstone Thompson, Mauro Benetti, Antonio Pazzaglia, Costas Varotsos, Manfred Jade, Anne Veronica Janssens, Cesare Pietroiusti. Curated by Marcella Anselmetti,Catherine Arthus Bertrand, Aldo Lori and Dirk Snauwaert.

'Build on Water', open-air exhibition in the fortresses of Goes (Nl.). Group exhibition with Marinus Boezem, Connie Dekker, Ann Veronica Janssens, Gereon Lepper, Thorvaldur Thorsteinson, Mathias Wagner K, Jeroen van Westen. Curated by Jan van Westen/advice Frank De Maeght.

‘Kunst in Vlaanderen Nu/Een selectie uit tien jaar aanwinsten van de Vlaamse Gemeenschap’, Museum van Hedendaagse Kunsten Antwerp (B.). Group exhibition featuring Willem Cole, Leo Copers, Thierry De Cordier, Raoul De Keyser, Wim Delvoye, Honore d’O, Fred Eerdekens, Jan Fabre, Jef Geys, Marie-Jo Lafontaine, Bernd Lohaus, Ria Pacquee, Panamarenko, Narcisse Tordoir, Luc Tuymans, Patrick Van Caeckenbergh, Jan Vercruysse, Liliane Vertessen, among others. Curated by Flor Bex and the Advisory Committee of the Flemish Community.

1990

‘Onvoltooid Tegenwoordige Tijd’, Centraal Museum Utrecht, Utrecht (Nl.).

Group exhibition with Marius Boender, Luc Deleu, Gerard Hali, Albert Hien, Toine Horvers, Tadashi Kawamata, John Körmeling, Joep Van Lieshout, Irini Schrijer, Egied Simons, Arjanne Vanderspek, David Veldhoen, Johan Wagenaar, Rudi Vandewint. Curated by the Advisory Committee for Visual Arts with Ben Dirkse, Tom Eyzenbach, Titus Nolte, Jan van Grunsven, Theo Harteveld, Cilly Jansen, Madeleine van Lennep, Hans van Lunteren, Eja Siepman van den Berg, Fred Wagemans, Tine van de Weijer and Hans Schopping of the Centraal Museum.

‘The Rijksakademie 1986-1990’ Looking back at four years of new policy, an evaluation – Rijksakademie van Beeldende Kunsten, Amsterdam. Group exhibition with Suzanne Drummen, Titia Ex, Henri Jacobs, John Stevenson, Berend Strik, Ab van Hanegem, Hans van Houwelingen, Ton Zwerver. Evaluation by Ole Bouman, coordination by Gerrie van Noord/Rijksakademie van Beeldende Kunsten.

‘Galerie Fons Welters’, Amsterdam (NL). Solo exhibition curated by Fons Welters.

‘First Blossom’, Arte et Amicitiae, Amsterdam (NL). Group exhibition with Henri Jacobs, Mitsy Groenendijk, Vinh Phuong, Paul Perry, Jurriaan van Hall, Ben Zegers, Erik Fens, Wolfgang Spanier. Curated by Arte et Amicitiae.

‘Unnatural Acts’, Beuningen (NL). Group exhibition with Sarita Dev, Tjong Ang, Ruud Bloemheuvel, Connie Dekker, Paul de Reus, Agnes Roelofse, Elisabeth Stienstra, Theo Schepens, Joris Wille, Paul De Reus. Curated by Thom Puckey.

‘Overbruggen’, Leiden (NL). Group exhibition with Auke de Vries, Luc van Soom, Marinus Boezem, Krijn Giezen, Jan van Munster, Fred Eerdekens, Marijke van Warmerdam, DENMARK, Luc Deleu. Curated by Flor Bex, Jan Willem Bruins, Ben Walenkamp and Doris Wintgens (Curator Stedelijk Museum ‘De Lakenhal’ in Leiden (Due to insufficient funds, this exhibition could not take place).

‘Exhibition Architecture of the Permanent Collection/Summer Exhibition’, Stedelijk Museum De Lakenhalle, Leiden (NL). Client Jetteke Bolten-Rempt and Doris Wintgens/Curator ‘De Lakenhal’).

‘Vivre dans le vent est le destin de….’, Centre d’Art Contemporain Le Creux de l’Enfer, Thiers (FR). Solo exhibition curated by Laurence Gateau, director ‘Le Creux de l’ Enfer (due to insufficient funds, this exhibition could not take place).

1989

‘Departures’, Kavallerie Kazerne, Amsterdam (NL). Group exhibition with, among others, Luca Forocolini, Miltos Manetas, Alex Hartley, Jürgen Voordeckers, Loes Groothuis, Carolien Scholtes. Curated by Studium Generale Rijksakademie van Beeldende kunsten Amsterdam.

‘The Kiss of Flanders’, Delft (NL). Group exhibition with Denmark, Ingrid Castelein, Wim Vanderplaetsen, Jean-Marc Navez, Philip Van Isacker, Christ Michiels, Lut Lenoir, Bruna Hautman, Wilfried Huet, Luk Van Soom. Curated by Claire Beke.

‘Effets de Miroir’, Informations Arts Plastiques Île-de-France (IAPIF), Espace Austerlitz, Paris (Fr.).Group exhibition with Dieter Appelt, Cécile Bart, Daniel Buren, Alain Fleischer, Jochen Gerz, Dan Graham, Esther Hess, Alfredo Jaar, Edmund Kuppel, François Morellet, Michelangelo Pistoletto, Wolfgang Robbe, François Yordamian. Curated by Michel Nuridsany, Yvette Sautour, Thierry Sigg and Serge Goldberg.

‘Aula 5’, Rijksakademie van Beeldende Kunsten, Amsterdam (NL).Group exhibition with Dora Garcia, among others. Curated by Studium Generale Rijksakadmie van Beeldende Kunsten.

‘Low Lands to London’, University of London/Goldsmiths’ Gallery, London (GB.). Group exhibition with Tiong Ang, Marieke van Diemen, Suzan Drummen, Patrick Vanden Eynde, Arnoud Holleman, Henri Jacobs, Jans Muskee, Pekka Niskanen. Curated by Professor Nick de Ville, director of Postgraduate Research in Visual Arts, Goldsmith.

1988

‘Kunstcentrum Carlos Demeester’, Roeselare (B). Solo exhibition curated by Carlos Demeester.

‘Jeune Peinture Belge’, Palace of Fine Arts, Brussels (B). Group exhibition.

****‘Galerij De Lege Ruimte’**, Bruges (B). Solo exhibition curated by Johan Vansteenkiste & André Willocx.

****‘Beelden Buiten’**, Tielt (B). Group exhibition featuring Sybille Berke, Hilmar Boehle, Gereon Lepper, Heike Pallanca, Wolfgang Robbe, Patrick Van Caeckenbergh, Ann Veronica Janssens, Guy Rombouts, Philippe Van Snick, among others. Curated by Dirk Snauwaert.

‘Realism in Zoetermeer’, Zoetermeer (NL). Group exhibition featuring Chris Baaten, Guillaume Bijl, Luc Deleu, Ange Leccia, Jorgen Leijenaar, Bob Negrijn, Plumcake, Anne and Patrick Poirier, Richard Di Rosa, Roberto Ruggiu. Curated by Waling Boers, Suzanne Oxenaar and Stoop & partners/cultural affairs.

‘Sculptures for the Blind and the Sighted’, Kortenhoef (NL). Group exhibition featuring Marina Abramovic, Chris Baaten, Carina Janssens, Hans van Houwelingen, Paul Perry, among others. Curated by Suzanne Oxenaar and Guda Stoop & partners/cultural affairs.

‘Kunst op School/Tegen en Tussen de Muren’, Onze-Lieve-Vrouwinstituut – Pulhof, Berchem (B.). Solo project & workshops with teachers of plastic, dramatic, and musical expression and their students. Curated by Wim Van Mulders and Anny Vandermeulen.

‘Hotel Siru/Kamer 409’, Hotel Siru, Brussels. Group exhibition with work in situ. Curated by Christine Vuegen.

1988-1990

Rijksakademie van Beeldende Kunsten, Amsterdam, Artist-in-residence ‘2 years’.

1987

‘TUSSEN IN’, Kunstencentrum ’t Kanaal, Kortrijk (B). Group exhibition with Ann Veronica Janssens, Paul Gees, Ludwig Vande Velde, Filip Francis, Patrick Van Caeckenbergh, Jan and Paul Schietekat, Sofie Standaert.

1985-1988

Royal Academy of Fine Arts Ghent, Sculpture.

1985-1987

Institute for Socio-Cultural Promotion St. Lucas Academy Ghent, Teacher Training Course.

1983-1984

K.U.Leuven, Department of Architectural Sciences.

1978-1983

Higher Institute of Architecture Sint-Lucas Ghent, Architecture.

1971-1977

Sint-Barbara College, Secondary School Ghent (B.).