HIDING THE JEWEL BOX in het RHoK te Etterbeek/Brussel (B.)
Upon learning that his sister, Suzanne, had married the artist Jean Crotti in Paris while he was still in Argentina, Marcel Duchamp sent as a wedding gift the idea of the “unhappy readymade.” He instructed them to hang a geometry book outside so that its pages would be torn apart and its text would be erased by the elements. Suzanne in turn photographed the book and later created a painting in hommage to this gesture that welcomed the effects of chance and life.
Toen Marcel Duchamp vernam dat zijn zus Suzanne in Parijs met de kunstenaar Jean Crotti was getrouwd terwijl hij zelf nog in Argentinië verbleef, stuurde hij als huwelijkscadeau het idee van de 'ongelukkige readymade'. Hij gaf hun de instructie om een meetkundeboek buiten op te hangen, zodat de pagina's door de elementen uit elkaar zouden worden gescheurd en de tekst zou worden uitgewist. Suzanne fotografeerde het boek vervolgens en maakte later een schilderij als eerbetoon aan dit gebaar, dat de invloed van toeval en het leven verwelkomde.
LOST IN PARIS - FOUND IN BRUSSELS Hommage aan MARCEL DUCHAMP & Suzanne Duchamp-Crotti.
Re-installation of Marcel Duchamp’s Readymade Malheureux, the instructions for which were cabled by the artist in Buenos Aires to his sister Suzanne Duchamp in Paris in 1919. (Géométrie Descriptive - Louis Kollros. Art Institute Orell Füsli Editeurs, 1918).
Het drieluik METAMORPHOSES, ontworpen in het voorjaar van 2020 en onder het pseudoniem Karl Manovsky voor het eerst tentoongesteld in juni van hetzelfde jaar in Salon Blanc te Oostende, krijgt zijn definitieve vorm in het expositiepaviljoen van het RHoK en onder mijn eigen naam.
Het middelste paneel bevat een gravure uit circa 1795 van Franz Rechtberger uit Wenen: een berglandschap met bomen en 3 nietige wandelaars (2 uitrustend midden de aardeweg en een passant). De wandelaars zitten verstopt achter 2 natuursponzen. Een grote kei, gevonden op het strand bij de Middellandse Zee in het kustplaatsje Le Pradet (Fr.) zweeft of hangt in de lucht en is tevens een hoeksteen, een onderdeel waarvan alle andere onderdelen afhankelijk zijn.
Het rechterpaneel is in het diepste zwart geschilderd: BLK 3.0, het op Vantablack, waar de kunstenaar Anish Kapoor de rechten op heeft, na zwartste zwart. Het slorpt alle licht op. Een luik bedekt dit zwarte paneel en kan maar gedeeltelijk worden geopend.
Het paneel aan de linker zijde van het werk bevat 6 pagina’s uit de muziekpartituur METAMORPHOSES uit 1979, van de Belgische componist Marcel Quinet (1915-1986).
De partituur is een uniek en origineel exemplaar en verschafte me de titel van het werk. Een mooi toeval en zoals bij elke toeval, in dit geval, een ontsluiting van de betekenis van het kunstwerk, dat voor mij lange tijd mysterieus en vreemd bleef. De titel verwijst naar het Latijns dichtwerk van Ovidius (achtste eeuw na Christus) waarin de schepping en de geschiedenis van de wereld worden verhaald. De rode draad door dit verhaal zijn een reeks dramatische gedaantewisselingen die evenwel moeten aantonen dat niets verloren gaat. Alles is in voortdurende beweging, niets verdwijnt of gaat ‘ten gronde’, maar toont of openbaart zich telkens onder een andere vorm.
Een reeks van 5 (tot meer) natuursponzen worden ‘buiten’ het drieluik als zodanig geplaatst om de grenzen van het kunstwerk te vervagen en het te laten aansluiten met de ruimtelijkheid van de galerie, het museum, de kamer van de verzamelaar of, in dit geval, de ruimte van het expositiepaviljoen.
Alluderend op de drie verstopte figuurtjes op de gravure, had de titel ook kunnen zijn: De ‘Emmaüsgangers’ ….
Mijn eerste contact met het werk van Marcel Duchamp, gaat terug naar de zomer van 1984. Ik had het plan opgevat om alle villa’s van Palladio in de Veneto te bezoeken en te fotograferen en meteen zoveel als mogelijk werk van Aldo Rossi te zien, enkele eerste projecten van Mario Botta en werk van Guiseppe Terragni. Als reisgezel had ik Didier Van de Steene zo ver kunnen krijgen om me enkele weken gezelschap te houden tijdens deze Italienische Reise.
Het was Didier en ook Frank Vande Veire, een goede vriend vanuit mijn humanioratijd, die me op het hart drukten om via Keulen te rijden en in Museum Ludwig, de tentoonstelling met werken van Marcel Duchamp te zien. Ik kocht er de lijvige catalogus, maar van een vonk was er toen nog geen sprake.
Ik weet nog dat al mijn dia’s, honderden waren het, alle overbelicht waren door een fout van de camera. Die prachtige villa’s van Palladio bv. leken in een fase van een nucleaire blast te verkeren. Het waren bijna röntgenfoto’s, maar dan in kleur. Alle materie was licht geworden, de muren met hun streng symmetrische opdeling, waren niet langer een scheiding tussen buiten en binnen of tussen twee verschillende ruimtes, maar filters, vliezen met niets dan vruchtwater, waarbij de foetus niet meer van de draagmoeder te onderscheiden viel. Ooit doe ik er iets mee.
Ik wou weg uit de architectuur, waarvoor ik uit wanhoop had gekozen. Ik wou naar de kunstacademie en de reeks tekeningen, aquarellen en collages die ik tijdens mijn laatste jaren humaniora had gemaakt, verder zetten.
Wellicht was de mislukte reportage van al de solide bouwsels een ernstig te nemen voorteken, dat ik het niet met een plaat aan mijn gevel: ERIC COLPAERT – ARCHITECT, zou moeten wagen. Ik had ondertussen in Leuven Architectuurwetenschappen gestudeerd en was bij een drietal architecten, telkens voor een periode van 6 maanden, verder in de leer als stagiair. Ziek werd ik er van, zelfs wanneer ik bij Georges Baines in Antwerpen aan mooie projecten, zoals de uitbreiding van het huis Guiette van Le Corbusier, kon werken.
In het najaar van 1985 was het zover. Ik stapte als herboren de Gentse Akademie, nu KASK & CONSERVATORIUM School of Arts Gent, binnen en dit voor vier jaar.
Parallelle universums, de wereld opzij van onze wereld, de vierde dimensie, meer-dimensionaliteit waren begrippen waar ik me bijna biologisch mee verbonden voelde. In de Gentse Copyright van Hilde Peleman, vond ik een mooi boekje: Marcel Duchamp l’Apparence mise à nu… van Octavio Paz (Gallimard) dat ik kocht voor 580 Bfr. > 14,5 euro. Ik heb het opnieuw ter hand genomen om te zien wat ik heb aangestipt. Le château de la pureté, één van de twee essays, maakte een diepe indruk op me. De titel alleen al: het kasteel van de zuiverheid. Toen ik twee jaar op de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam zat, kocht ik hier en daar en eerder occasioneel een boek over Duchamp. Het werd een heuse bibliotheek, waarvan ik er enkele jaren terug, een stuk of honderd, alle eerste drukken, aan Marc Coucke verkocht. Door de aanschaf van de Duchamp collectie van Ronny Van de Velde + nieuwe aankopen, krijgt Marc Coucke de grootste privécollectie met werken van Duchamp onder zijn verantwoordelijkheid.
Misschien heb ik nog een twintigtal boeken waar ik me op één of andere manier emotioneel mee verbonden voel, in mijn kasten zitten en…. een tweetal werken van Marcel Duchamp zelf, meer werken van zijn zus: Suzanne Duchamp en veel etsen van zijn oudere broer Jacques Villon.
Ik ben reeds een tijd gefascineerd door zijn Readymade Malheureux en wou het experiment overdoen. Ondertussen heb ik een kleine collectie oude Franse boeken over beschrijvende meetkunde opgebouwd. Enkele tot de verbeelding sprekende schema’s en tekeningen inspireerden me tot nieuwe werken. Ooit zou ik een boek over beschrijvende meetkunde een tijd lang, in weer en wind laten hangen en zien wat er mee zou gebeuren.
De buitenzijde van het expositiepaviljoen van het RHoK leek me de gepaste omgeving. Dan ging het ineens heel snel. Van zodra ik in februari en op uitnodiging van curator Philippe Braem de locatie had bezocht, documenteerde ik me opnieuw over Duchamp’s Readymade Malheureux. Ik zocht en vond een identiek exemplaar van het boek dat Suzanne Duchamp, op aanwijzingen van haar broer, die pas twee weken in Buenos Aires was toegekomen en geen zin had om terug naar Parijs te reizen om bij het huwelijk van zijn zus met Jean Crotti aanwezig te zijn, bij wijze van huwelijksgeschenk aan het balkon van haar appartement had bevestigd.
Op donderdag 18 april, een week voor de opening, kon ik met de hulp van Jelle Clarisse een staalkabel spannen en ergens halfweg ‘het boek’ ophangen. Tot ik het exemplaar uit 1919, afgelopen zaterdagavond heb weggenomen. Van het exemplaar in Parijs, nam Suzanne Duchamp welgeteld 1 foto, die Marcel Duchamp trouwens zou opnemen in zijn Boîte en Valise. Het boek zelf verdween.
Van mijn exemplaar, dat ruim een maand lang heeft hangen bengelen in Etterbeek, heb ik telkens ik er kwam, tientallen foto’s genomen. Na de finissage van 25 mei jl., nam ik het boek mee naar huis. Ik zal denk ik, een soort plexi box maken met het boek, alle materiaal dat nodig was om het ‘in weer en wind’ te hangen en een keuze uit de foto’s die ik er van nam, telkens ik in Etterbeek was. Iets voor de Duchamp-collectie van Marc Coucke?
27 mei 2024
Deel(tje) 2 van HET VERHAAL OVER BOEKEN EN MENSEN en over MARCEL DUCHAMP.
Ik zat in het derde jaar architectuur aan Sint Lukas Gent - LUCA School of Arts en het was het jaar 1980. Mijn pa was lid van het Davidsfonds en bleef dit tot enkele maanden voor zijn dood, toen hij net geen 100 jaar werd. Elk jaar werd er lidgeld betaald en elk jaar belandde er op het adres in Lichtervelde een catalogus met nieuwe uitgaves. Om lid te blijven, moest je daar een boek uit kiezen. Wat mijn pa zelden of nooit deed.
Die opdracht kreeg ik, zin of geen zin. Nu wil het toeval dat er een boek werd aangeprezen dat onmiddellijk tot mijn verbeelding sprak: METABLETICA of de leer der veranderingen van Prof. Jan Hendrik van den Berg, zenuwarts te Leiden. ‘Beginselen van een historische psychologie’, stond er verder bij vermeld. Ooit verschenen in 1956 en inmiddels aan zijn 25-tigste druk toe. Ik voelde me in die tijd erg aangetrokken tot psychologie en zelfs tot psychiatrie, alles wat maar enigszins een beeld kon verschaffen van wie wij (of wat) mensen, eigenlijk zijn. ‘Moet je dit boek nu net aankruisen’ repliceerde mijn pa met een zucht. Van zo, het komt nooit goed met die gast. Mij iets weigeren deed hij zelden.
Goed, ik uiteindelijk met dit boek naar mijn kot in Gent. De tweede die het met een verraste blik in handen nam, was Peter Vermeersch. Maximalist!, X-Legged Sally, Flat Earth Society en toen architectuurstudent, die een jaar hoger zat dan ik en waar ik graag mee optrok. In dat fameuze jaar 1980 reisden zijn ouders naar New York, stapten o.a. lukraak een architectuurboekhandel binnen en informeerden naar de twee succesvolste boeken van het moment. ‘It’s for our son’. Samen vergaapten we ons in ‘The New Rationalists (met o.a. werken van de gebroeders Krier e.a.) en in Five Architects (Eisenman, Graves, Gwathmey, Hejduk, Meier. Vooral Peter Eisenman en John Hejduk zou ik tot op heden blijven bewonderen!
‘Heb je Metabletica van de Materie’ gelezen?’ vroeg Peter me. Ik leende het boekwerk van hem en kopieerde er elk van de 449 bladzijden uit, tot ik het in Amsterdam, begin 90 had ik er voor 2 mooie jaren een atelier (Thank you my Lord!) in de etalage van een tweedehandsboekhandel zag liggen en het kocht voor…. even kijken: 25 gulden. Ik legde het boek onder mijn hoofdkussen voor jaren.
Uiteraard heb ik de man, die overleed in 2012 op 98-jarige leeftijd opgezocht en alles gekocht wat ik kon vinden, soms tot tweemaal toe.
Metabletica toont op heldere wijze de relativiteit aan van wetenschappelijke paradigma’s en legt relaties tussen, gewoon alles: muziek, geneeskunde, waarneming, architectuur, biologie en andere wetenschappen, godsdienst, mode etc. etc.
Ik weet niet wie ik zou geworden zijn, had ik nooit van Eisenman, Hejduk of van Jan Hendrik van den Berg gehoord? Dank je Peter. Ooit krijg ik wel een gelegenheid om je hiervoor persoonlijk te bedanken.
Metabletica van de Materie beschrijft de veranderingen in de architectuur, meer nog, van de ruimte. Op een heldere en begeesterende wijze wordt aangetoond hoe en wanneer er getwijfeld werd aan de Euclidische Meetkunde en de niet-Euclidische Meetkunde ‘en vogue’ kwam. Weet dat de verovering van 'de ruimte', hoewel ik niet van deze formulering hou, een aanvang had genomen en men bij de berekening van de banen van planeten, satellieten en andere zaken die ver boven de dampkring tollen, hoegenaamd niets met de klassieke of Euclidische meetkunde kan uitrichten.
‘Marcel Duchamp, nu is het aan jouw!’.
In 1913-1914 en in de hoedanigheid van Rrose Sélavy, hield Marcel Duchamp in Parijs een stuk touw van 1 meter lengte, 1 meter boven de grond en evenwijdig ermee, en liet het vallen. Dit deed hij driemaal. Hij bekwam drie verschillende meters die hij alle drie keurig uit een houten meetlat van 1 meter sneed. Het werden zijn Standard Stoppages of Stoppages Etalon, bruikbaar om bepaalde taferelen van zijn Grand Verre voor elkaar te krijgen.
In 1919 had Suzanne Duchamp gelukkig 1 foto genomen van het boek over beschrijvende meetkunde dat, voor het voorgoed verdween, een tijdlang in weer en wind hing te bengelen aan het balkon van haar appartement in Parijs. Dit was het huwelijksgeschenk van Marcel aan zijn zus.
In 1936 begon Marcel Duchamp aan het eerste exemplaar van zijn Boîte en Valise. De foto van het boek, die zijn zus had genomen en er overigens een olieverfschilderij van had gemaakt, vond hij interessant genoeg om op te nemen. Omdat ik een exemplaar van het originele boek uit 1919 in bezit heb, dacht ik dat ik zonder moeite de pagina’s zou terugvinden met het mooie schema van de twee cirkels, zoals overigens te zien is op de foto.
Vergeet het!
Wel tien keer heb ik dit boek van voor naar achter en omgekeerd zitten doorbladeren. Tot ik een ander boek van beschrijvende meetkunde op het spoor kwam: Précis de Géométrie Plane uit 1933 met op pagina 171 het fameuze schema 409. Cas particulier. Omdat de foto, die Suzanne Duchamp van het boek had genomen abominabel slecht is en er op de pagina's helemaal niets is te zien, 'koos' MARCEL DUCHAMP een nieuw schema en uit een ander boek.
Ik vond het meteen een icoon. Ik ben niet zo thuis in beschrijvende meetkunde. Om het met de woorden van Duchamp te zeggen, ‘het amuseert me’. Zeker wanneer ik er iets mee kan doen.
Op het grote blad heb ik dit schema overgenomen en laten vergezellen door enkele bollen in roestvrij staal, een mooie doopvontschelp (Clam Tridacna) van 40 cm, die Wim Lammertijn, directeur van het Mudel - Kunstmuseum Deinze - als reactie op mijn bede die ik op FB had gepubliceerd, bereid was te verkopen en voor een zacht prijsje. Dank je Wim!
Voorts het boek uit 1933 opengeslagen op pagina 171, een spoel staaldraad (waarmee ik andere stalen bollen boven schelpen, in de exporuimte had hangen), houten latten, 2 meetlatten in aluminium van 1 meter lengte elk. Nog één en ander, kortom: Work in Progress.
(Finissage: HIDING THE JEWELBOX - Rhok Academie/Curator Philippe Braem, zaterdag 25 mei 2024 13u40).
